FUNCTIEBESCHRIJVING LEERMEESTER LBV

Scholengemeenschap De Pajot

Nummer scholengemeenschap: 120196

1. Doel van de functie, inbegrepen de instellingsspecifieke doelstellingen

Bij het realiseren van onderstaande opdrachten, komt het personeelslid de verplichtingen na die hem/ haar opgelegd zijn door de decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, schoolwerkplan, afspraken gemaakt in de personeelsvergadering, dienstorders, handelingsplannen zoals dat in het arbeidsreglement is voorzien.

De leermeester draagt door erkende levensbeschouwing bij tot de ontwikkeling en de vorming van de gehele persoonlijkheid van de leerlingen.  De leermeester levert vanuit zijn specifiek levensbeschouwelijk vak een uniek, een onmisbare en een onvervangbare bijdrage om kinderen en jongeren te helpen in hun ontwikkeling en hen voor te bereiden om met een persoonlijke overtuiging en engagement hun plaats in de multiculturele samenleving in te nemen.  Kinderen en jongeren ontwikkelen zich doorheen de ervaring dat de eigen overtuiging en eerbied voor de filosofische, ideologische, godsdienstige en culturele opvattingen van anderen moeten kunnen samengaan.

De leermeester en de leerlingen bieden samen, vanuit de eigenheid van hun specifiek levensbeschouwelijk vak, een forum waarbinnen zich een interactiviteit ontwikkelt tussen enerzijds de levensbeschouwelijke vakken onderling en anderzijds alle andere vakken en het maatschappelijk gebeuren.

Ieder levensbeschouwelijke vak vervult een unieke rol binnen het vakgebied levensbeschouwelijke vakken en binnen het geheel van de vakkenstroom die tot de basisvorming behoort, waardoor de levensbeschouwelijke vakken eigen bijdragen leveren voor de verwezenlijking van het pedagogisch project en van het bijhorende schoolwerkplan of handelingsplan.

Dit betekent dat de leermeester kinderen begeleidt om in denken en handelen :

- communicatief vaardig te worden

- kennis te verwerven, te interpreteren en te integreren

- kritisch te leren nadenken over natuur en cultuur

- zich bewust te worden van de levensbeschouwelijke aspecten van de werkelijkheid

- waarden te ontwikkelen en te groeien in zingeving

- zich te oefenen in sociale vaardigheden en houdingen.

2. Hoofdopdracht en opdracht

2.1 Plannen en voorbereiden van lessen, evalueren van het lesgeven

De leermeester …

-       geeft op een pedagogisch-didactisch verantwoorde wijze les. Dit gebeurt vanuit een doordacht algemeen plannen en voorbereiden van het lesgeven. Jaarplan, schoolagenda en lesvoorbereidingen zijn aangewezen organisatorische en inhoudelijke documenten;

-       gaat hierbij uit, binnen de richtlijnen gegeven door de erkende instantie of de erkende vereniging, van de leer- of raamplannen van zijn specifiek levensbeschouwelijk vak, de beginsituatie bij de leerlingen, het pedagogisch project en het bijhorende schoolwerkplan of handelingsplan;

-       evalueert en remedieert het eigen pedagogisch-didactisch denken en handelen in functie van de doorheen zijn vak nagestreefde doelen en op basis van de richtlijnen en de adviezen van het betrokken levensbeschouwelijk vak;

-       plaatst trouw aan de visie op het vak de eigenheid van de levensbeschouwing in de context van de leefwereld van de kinderen en jongeren;

-       zal hiertoe o.a. de dagelijkse actualiteit volgen, bronnen binnen de eigen en andere levensbeschouwingen op een verantwoorde wijze verwerken en trends binnen de maatschappij kritisch bestuderen. Door deze inspanning worden de leerlingen gevoelig gemaakt voor wat in hen en rondom hen, dichtbij en veraf, gebeurt en dat zij in staat zijn dit levensbeschouwelijk vak te duiden.

            Neemt hierdoor een brede humane taak op zich.

2.2 Lesgeven

De leermeester …

-       geeft les volgens de eigen originaliteit en vakmatigheid;

-       geeft les op basis van een goede planning en voorbereiding;

-       zorgt voor een geschikt leef- en leerklimaat, aangepast aan de beginsituatie van de leerlingen;

-       werkt met veel zorg aan het uitwerken van creatieve lesvoorbereidingen;

-       vertrekt vanuit reële situaties die aangepast zijn aan de leerlingen en die door hen herkenbaar zijn;

-       laat de eigenheid van het onderscheiden levensbeschouwelijk vak tot haar recht komen.

2.3 Opvoeding - Waardevorming

        De waarden en normen aangereikt door de erkende godsdiensten en N.C.Z. en het ontwikkelen van bijhorende sociale vaardigheden zijn inspirerend. Het pedagogisch project, het bijhorende schoolwerkplan en het schoolreglement zijn daarenboven bronnen waaruit ter zake kan geput worden overeenkomstig de levensbeschouwelijke opvatting. Vanuit de communicatie, waaronder waardecommunicatie, tracht de leermeester levensbeschouwelijke vakken consequente houdingen te ontwikkelen.

De leermeester …

-       brengt  een aantal elementaire regels van beleefdheid, hygiëne, gezondheid, veiligheid, … aan;

-       leert  kinderen met elkaar en met volwassenen om te gaan, naar mekaar te luisteren, met mekaar samen te leven, elkaar niet te kwetsen, respect te hebben voor elkaar, ruzies bij te leggen,... 

-       leert kinderen zelfstandig te worden, leren hen verantwoordelijkheid op te nemen;

-       zorgt ervoor dat kinderen zich veilig en gewaardeerd voelen;

leert kinderen kritisch en zinvol omgaan met informatie van en beïnvloeding die door media worden vertolkt.

2.4 Evaluatie van de leerlingen

De leermeester …

-       past gedifferentieerde evaluatiestrategieën toe om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de leerling en om van daaruit remediëring op gang te brengen. Deze evaluatie kan dus enerzijds productgericht en anderzijds procesgericht zijn.

-       Kan de leerlingen niet resultaatgericht evalueren op het vlak van levenshouding.

2.5 Leerlingenbegeleiding - vertrouwensleraar

De leermeester …

-       heeft bij het begeleiden van leerlingen en het deelnemen aan klassenraden aandacht voor de persoonlijke situatie van de leerling;

-       levert vanuit het specifieke van het vak een eigen bijdrage in de mate van de mogelijkheden geboden door de vigerende regelgeving;

-       kan inlevend met kinderen omgaan: luistert, toont begrip, gaat in op emotionele problemen …

-       bouwt bewust aan de vertrouwensrelatie met de toevertrouwde kinderen;

-       signaleert probleemgedrag van kinderen en expliciteert de hulpvraag met het oog op het gericht bieden van ondersteuning;

2.5 Administratie eigen aan de functie

De leermeester …

-       levert daar waar relevant bijdragen tot het leerlingenvolgsysteem;

-       houdt een kopie van de proeven bij;

-       maakt een agenda en planning op conform de verwachtingen van de erkende instantie;

-       houdt administratie bij die voortvloeit uit initiatieven genomen binnen het levensbeschouwelijk vak;

2.6 De leermeester in zijn integratie in de school

De school

De leermeester draagt op een verantwoorde wijze, in de mate van zijn mogelijkheden en rekening houdend met de specificiteit van het levensbeschouwelijk vak, bij tot het goed functioneren van de school in haar geheel.

Het schoolteam

De leermeester werkt, in de mate van zijn mogelijkheden en rekening houdend met de specificiteit van het levensbeschouwelijk vak, mee aan de uitvoering van het pedagogisch project, het bijhorende schoolwerkplan of handelingsplan en het schoolreglement.

Vak en samenwerking

Rekening houdend met de specificiteit van het levensbeschouwelijk vak, heeft de leermeester de nodige contacten met de inspecteur-adviseur van zijn levensbeschouwing, zowel op eigen initiatief als op uitnodiging, met vakcollega’s en met collega’s uit andere leergebieden.

De ouders

De leermeester onderhoudt als leraar contacten met de ouders, ondermeer op specifiek daarvoor voorziene contactmomenten.

De leermeester …

-       realiseert zijn opdracht in samenwerking met de leden van het schoolteam en houdt rekening met de schoolcultuur;

-       participeert aan het overleg m.b.t. het schoolfunctioneren en neemt deel aan de teamvergaderingen. De modaliteiten van overleg en verslaggeving zoals vastgelegd in het schoolwerkplan worden correct nageleefd;

      -   participeert op vraag en voor zover relevant aan de klassenraad en het multidisciplinair overleg;

2.7 Begeleiding van stagiairs in samenspraak met de mentor

De leraar …

-       kijkt de lesvoorbereidingen na, geeft suggesties tot aanpassing en bespreekt de lesopbouw en –inhouden met de stagiair;

-       woont de lessen bij, houdt een nabespreking en stelt het verslag op;

-       overlegt met de mentor en de docenten indien noodzakelijk. 

3. De nascholing

De leermeester …

     -     weet dat zelfstudie en het volgen van begeleiding en nascholing noodzakelijk zijn om    op de hoogte te blijven van de recente evoluties op gebied van het vak, de maatschappij en de actualiteit.

     -     maakt hiertoe gebruik van het aanbod van verplichte studiedagen ingericht door de inspectie levensbeschouwelijke vakken, de nascholing, het regionaal overleg met collega’s en het aanbod van de vakliteratuur.

     -      laat zich bij de keuze uiteraard leiden door de eigenheid en specificiteit van de eigen levensbeschouwing en verder door de richtlijnen en adviezen van de betreffende inspecteur-adviseur.